Voor de gunstigste verhouding tussen het aantal spoelen en het aantal magneten voor een 3-fasenwikkeling geldt dat de fasenhoek tussen de drie fasen precies 120° is en dat de spanning die opgewekt wordt in de rechter poot van een spoel precies in fase is met de spanning die opgewekt wordt in de linker poot van een spoel. Voor een éénlaags wikkeling treedt dit op als het aantal spoelen 3/4 is van het aantal ankerpolen. Voor een tweelaags wikkeling treedt dit op als het aantal spoelen 3/2 is van het aantal ankerpolen. Een achtpolige generator met een éénlaags wikkeling heeft dan zes spoelen waarvan er dus twee van de fase U, twee van de fase V en twee van de fase W. Een twaalfpolige generator met een éénlaags wikkeling heeft dan negen spoelen waarvan drie van fase U, drie van de fase V en drie van de fase W. De volgorde van de spoelen is dan U1, V1, W1, U2, V2, W2, U3, V3, W3. De wikkelrichting van alle spoelen is gelijk. Een voorbeeld van een 8-polige axial flux generator met een éénlaags wikkeling wordt gegeven in hoofdstuk 9 van mijn rapport KD 341.
Een combinatie van een 10-polig anker met negen spoelen is echter ook mogelijk. Maar de spoelvolgorde is dan U1, U2, U3, V1, V2, V3, W1, W2, W3. Als de spoelen U2, V2 en W2 rechtsom gewikkeld zijn dan moeten de spoelen U1, U3, V1, V3, W1 en W3 linksom gewikkeld zijn. De opgewekte spanning in de drie spoelen van één fase is nu niet meer precies in fase maar er is een faseverschuiving van 20°. Dat geeft een beperkte verlaging van het vermogen t.o.v. spoelen waarvan de opgewekte spanning tussen de spoelen van één fase precies in fase is.