Dirk Bauwens schreef:Hier volgen de coëfficiënten voor warmteoverdracht doorheen buisvormige warmtewisselaars:
1) Gassen, op atmosferische druk, binnen en buiten: 5 tot 35 Watt per vierkante meter, per graad.
2) Gassen op hoge druk: binnen en buiten: 150 tot 500 Watt per vierkante meter, per graad.
3) Vloeistof langs de ene kant en gas op atmosferische druk langs de andere kant: 15 tot 70 Watt per vierkante meter, per graad.
4) Gas op hoge druk langs de ene kant en vloeistof langs de andere kant: 200 tot 400 Watt per vierkante meter, per graad.
5) Vloeistof binnen en buiten: 150 tot 1200 Watt per vierkante meter, per graad.
6) Stoom langs de ene kant en vloeistof langs de andere kant: 1500 tot 4000 Watt per vierkante meter, per graad.
15 tot 70 Watt is wat deze tabel opgeeft en is ook wat ik geschreven had.
De overdracht van warmtewisselaars is enorm gevoelig voor de procescondities. Vuistregels als hierboven zijn aardig om schattingen te maken, maar je ziet dat de vuistregels zelf al een hele forse marge aanhouden. Van de getallen gaat mogelijk de valse suggestie uit dat het dan in de praktijk met genoemde onder- of bovengrens wel bekeken is. Maar zo werkt dat niet. Veel hoger of veel lager kan maar zo voorkomen.
Een fout die hierbij veel wordt gemaakt is de veronderstelling dat de overdracht onafhankelijk van de media (temperatuur, flow) aan beide zijden is. Dat is natuurlijk niet zo. Er is sowieso een theoretisch maximum aan de overdracht, dat wordt bepaald door de kant met de kleinste "capaciteit". Als de secundaire kant is opgewarmd tot de primaire ingangstemperatuur, of de primaire kant is afgekoeld tot de secundaire ingangstemperatuur, houdt het gewoon op met de overdracht, al maak je de wisselaar duizend maal zo groot. In de vuistregel schaalt het vermogen gewoon door met het oppervlak, ziedaar de foutbron. Vermogen dat er niet is, kan ook niet worden overgedragen.
Voor water/water warmtewisselaars heb ik aardige modellen gebouwd op basis van leveranciersgegevens, vandaar dat ik die gevoeligheden aardig ken. Een kleine wijziging in ontwerpparameters kan enorme gevolgen voor de omvang van een warmtewisselaar hebben, afhankelijk van het ontwerppunt. Met name bij toepassing voor ruimteverwarming ga je dan snel de mist in, omdat daar voor de pieksituatie gedimensioneerd moet worden, terwijl die piek nogal ver boven het gemiddelde ligt.