Bladverstelling voor VIRYA-5 rotor
Posted: 14 Dec 2016, 12:30
Mijn bezoek als PUM-expert in Tanzania leerde dat er belangstelling is in Afrika voor een tamelijk grote molen waarmee naast het opwekken van elektriciteit ook water gepompt kan worden. Een concept waarmee dit kan met een direct drive 34-polige generator wordt beschreven in mijn rapport KD 614 voor de VIRYA-5 en men heeft zeker belangstelling voor deze molen. Bij deze eerste versie van de VIRYA-5 wordt gebruik gemaakt van het kantelbare zijvaan beveiligingsmechanisme dat ook in al mijn andere VIRYA-windmolens wordt toegepast. Dit mechanisme werkt goed als de molen gebruikt wordt voor acculaden maar het is mogelijk dat het toerental bij gebruik in combinatie met een 34-polige PM-generator niet voldoende stak begrensd wordt. In dit geval zou het toerental van de pompmotor te hoog kunnen worden als de pomp niet voldoende zwaar belast wordt. Als alternatief wordt in hoofdstuk 9 van KD 622 een bladverstelmechanisme beschreven waarvan verwacht mag worden dat het toerental voldoende strak begrensd wordt.
Omdat het mechanisme in ontwikkelingslanden gebouwd moet kunnen worden moet het zo simpel mogelijk. Ik ben er vanuit gegaan dat alleen het aerodynamisch moment voldoende is om de bladverdraaiing aan te sturen. Omdat er dus geen centrifugaalgewichten in zitten, treedt er ook geen cyclische wisseling in het centrifugaalmoment op die het gevolg is van het eigen gewicht van de centrifugaalgewichten. Het aerodynamisch moment wordt nagenoeg geheel bepaald door de lokale snelheid van het blad en daar zit geen cyclische variatie op. Daarom lijkt het me niet nodige dat de bladbeweging van de bladen met een mechanisme gesynchroniseerd is zoals dat wel gedaan is in het bladverstelmechanisme van de VIRYA-15 rotor (zie KD 437). Het systeem wordt daardoor erg eenvoudig en elk blad heeft zijn eigen veer. Het is daardoor ook toepasbaar voor 3-bladige rotoren. Omdat het aerodynamisch moment niet erg groot is mogen de lagers waar de bladas in draait maar weinig wrijving hebben anders ontstaat er te veel hystere in de bladbeweging. De bladas is van roestvrij staal. De axiale kracht wordt opgenomen door bronzen INA-Permaglide lagers en de centrifugaalkracht wordt opgenomen door een RVS taatskogellager waardoor de lagering niet afgeschermd behoeft te worden tegen water. De bladbevestiging aan de naafstrip wordt weergegeven in figuur 7 van KD 622.
Ik denk niet dat iets dergelijks al eens eerder geprobeerd is maar ik ben niet van plan om het zelf uit te proberen. Maar fabricage van een prototype van dit systeem in ontwikkelingslanden lijkt alleen zinnig als er grote kans is dat het goed functioneert. Ik vraag daarom de technici onder ons om hoofdstuk 9 en 10 van KD 622 eens door te lezen en er commentaar op te leveren. Het rapport kan gekopieeerd worden van mijn website: http://www.kdwindtubines.nl onderaan de lijst met KD-reports.
Omdat het mechanisme in ontwikkelingslanden gebouwd moet kunnen worden moet het zo simpel mogelijk. Ik ben er vanuit gegaan dat alleen het aerodynamisch moment voldoende is om de bladverdraaiing aan te sturen. Omdat er dus geen centrifugaalgewichten in zitten, treedt er ook geen cyclische wisseling in het centrifugaalmoment op die het gevolg is van het eigen gewicht van de centrifugaalgewichten. Het aerodynamisch moment wordt nagenoeg geheel bepaald door de lokale snelheid van het blad en daar zit geen cyclische variatie op. Daarom lijkt het me niet nodige dat de bladbeweging van de bladen met een mechanisme gesynchroniseerd is zoals dat wel gedaan is in het bladverstelmechanisme van de VIRYA-15 rotor (zie KD 437). Het systeem wordt daardoor erg eenvoudig en elk blad heeft zijn eigen veer. Het is daardoor ook toepasbaar voor 3-bladige rotoren. Omdat het aerodynamisch moment niet erg groot is mogen de lagers waar de bladas in draait maar weinig wrijving hebben anders ontstaat er te veel hystere in de bladbeweging. De bladas is van roestvrij staal. De axiale kracht wordt opgenomen door bronzen INA-Permaglide lagers en de centrifugaalkracht wordt opgenomen door een RVS taatskogellager waardoor de lagering niet afgeschermd behoeft te worden tegen water. De bladbevestiging aan de naafstrip wordt weergegeven in figuur 7 van KD 622.
Ik denk niet dat iets dergelijks al eens eerder geprobeerd is maar ik ben niet van plan om het zelf uit te proberen. Maar fabricage van een prototype van dit systeem in ontwikkelingslanden lijkt alleen zinnig als er grote kans is dat het goed functioneert. Ik vraag daarom de technici onder ons om hoofdstuk 9 en 10 van KD 622 eens door te lezen en er commentaar op te leveren. Het rapport kan gekopieeerd worden van mijn website: http://www.kdwindtubines.nl onderaan de lijst met KD-reports.