Gist zweeft door de lucht en "woont" in boomgaarden (en daar niet alleen). Dit is echter wilde gist dat wel aardig kan gisten maar geen lekker spul oplevert. In sommige gevallen wordt er trouwens wel wilde gisting toegepast in een omgeving waar min of meer toevallig een goed soort wilde gist aanwezig is. Je moet geen wilde gisten willen maar een raspaardje nemen zoals champagnegist voor je cider. Dit gist zet de laatste suikers om en koestert de subtiele smaken van je fruit.
Appels in Normandie hangen lang aan de boom en er wordt een mix van verschillende rassen gebruikt voor de ciders. Met deze appeltjes gooi je iemand dood en alleen de paarden lusten ze. Het zijn nog rassen uit de Romeinse tijd. Maak je er cider van dan komen er allerlei mooie smaken naar boven, juist ja, mede door de goede gistsoort! Overigens zijn de zuivere gisten ook nog zo afgericht dat ze wilde gisten om zeep helpen mits ze meteen in de meerderheid zijn.....dus giststarter gebruiken!
Appelbomen in Normandie rammelen ze door elkaar met behulp van een systeem dat op de trekker zit en dan geraapt en de (meest) rotte natuurlijk uitgesorteerd. Wat er al op de grond lag gaat natuurlijk mee de zak in. Er gaan miljoenen appels door van vele tientallen rassen die nooit exact tegelijk rijp zijn. Toch worden ze tegelijk geperst. Soms meteen maar soms ook na enkele weken "murir" oftewel de oost-nederlandse uitdrukking meuren

Geur is een belangrijk criterium dat ze rijp zijn.
Gooi dus alles wat je hebt in de ton als het enigzins tot goed rijp is en desinfecteer dat..toch niet zo moeilijk te begrijpen. Ga je eerst persen heb je meteen alle zooi erbij

Plukken of laten vallen is allemaal hetzelfde, veel oudere rassen die niet zo opgefokt zijn vallen niet eens uit zichzelf of het moet stormen.